Sluiten

Uganda: Ochtend in Kibale

Diep in het regenwoud van West-Oeganda leven onze naaste verwanten. Tijdens een chimpanseetrekking in Kibale Forest National Park gaat reisjournalist Kayleigh van Proemeren op zoek naar chimpansees en komt ze oog in oog te staan met dieren die maar liefst 98,6% van hun DNA met ons delen.
Tekst: Kayleigh van Proemeren / Beeld: Yves Banza

Jolly zit met een geweer op de achterbank van onze auto. Mijn blik trekt van de rode modderweg naar de achteruitkijkspiegel en blijft daar hangen. Het wapen rust losjes tegen zijn bovenbeen. Buiten trekt de nevel langzaam op tussen de Mahoniebomen van het nationale park. Ergens diep in dit regenwoud leven onze naaste verwanten en ik ga ze zo meteen ontmoeten.

De jungle in
Ik knik naar het wapen. “Waar hebben we dat eigenlijk voor nodig?” Jolly lacht. “Bosolifanten.” Ik voel mijn kaken aanspannen. Nog voor mijn hoofd allerlei rampscenario’s kan bedenken, stelt hij me gerust. “Ontmoetingen zijn zeer zeldzaam. Het geweer is een voorzorgsmaatregel, meer niet.” Ik kijk weer naar buiten. Het pad wordt steeds smaller. Takken schuren langs de carrosserie.  

Mijn dag begint bij de ingang van Kibale Forest National Park, een van de laatste stukken tropisch regenwoud van Oost-Afrika. Het beschermde gebied beslaat 795 vierkante kilometer en herbergt dertien primaatsoorten, 370 verschillende vogels en 350 boomsoorten. Na registratie en het controleren van onze permits schuif ik samen met de anderen aan in een eenvoudig klaslokaal. Een ranger legt uit hoe we ons moeten gedragen in de jungle. Een mondkapje is verplicht zodra we dicht genoeg naderen. “Een verkoudheid die voor jou onschuldig is, kan voor chimpansees fataal zijn.”  

We gaan op pad met rangers Jolly, Peter en Santos. De zoektocht naar de chimpansees loopt al uren. Nog voor zonsopgang zijn spotters het bos in getrokken. Gewapend met scherpe ogen en een gehoor dat elke krakende tak registreert, volgen ze sporen. Chimpansees laten zich namelijk niet zomaar vinden. Elke avond bouwen ze een nieuw nest van takken en bladeren, ergens anders in het dak van het woud.

Pant hoot
De eerste stappen voeren over een glibberig pad vol modder en natte bladeren. De lucht voelt vochtig. Al na enkele minuten loopt het zweet langs mijn rug. Jolly loopt voorop. Af en toe blijft hij abrupt staan. Hij luistert. Kijkt omhoog. Loopt verder. Ik probeer hetzelfde te doen, maar voor mij is het regenwoud een grote groene puzzel zonder herkenningspunten. Dan klinkt er een schelle kreet door het bos. Nog een. En nog een. Het geluid komt van alle kanten tegelijk.

Ik blijf staan. Kijk omhoog. De kreten worden luider en galmen door het regenwoud. De spanning in mijn buik trekt strakker. “Dat is een pant hoot”, fluistert Jolly. “Chimpansees gebruiken die roep om contact te houden met de groep. Aan het geluid kan ik horen dat ze niet ver weg zijn”, zegt Jolly.

Ontbijt in de boomtoppen
Plotseling versnelt het tempo. Jolly wenkt en verdwijnt tussen de bomen. We volgen hem in een rijtje. Ik buk onder takken, stap over wortels, klauter langs een omgevallen vijgenboom en begrijp pas nu wat Jolly eerder bedoelde. “Je moet je als een chimpansee gedragen om er één te vinden.” Dan blijft hij staan en wijst omhoog. Tussen het bladerdak beweegt een donkere schim. Regendruppels vallen van de bladeren op mijn gezicht. Ik speur de toppen af tot mijn nek begint te protesteren. Hoog boven me slingeren twee chimpansees van tak naar tak. Een paar bomen verder zit een derde rustig te eten. “Tijd voor ontbijt”, zegt Jolly. “In de vroege ochtend blijven chimpansees hoog in de kronen om vruchten te eten”, legt hij uit. “Pas later dalen ze af en komen ze gedag zeggen.”

Oog in oog
Een bericht kraakt door de walkietalkie. Spotters hebben een groep op de grond gevonden. Direct verandert Jolly van richting. Het tempo ligt hoog. De hitte kruipt onder mijn huid. Mijn shirt plakt inmiddels volledig aan mijn lichaam. Dan zie ik beweging tussen de struiken. Twee jonge chimpansees. “Broertjes”, zegt Jolly.

Ik krijg het verzoek stil te blijven staan. De jongste kijkt nieuwsgierig mijn kant op. Met zwaaiende armen rent hij recht op me af. Mijn hartslag schiet omhoog. Alles in me zegt dat ik een stap opzij moet zetten, maar Jolly gebaart dat ik moet blijven staan. Op het laatste moment grijpt de jonge chimpansee een liaan vast en slingert zich met gemak de boom naast me in. Zijn oudere broer bekijkt het ritueel liever van een afstandje. Even later hangen de twee ondersteboven aan een tak. Ze trekken elkaar aan armen en benen, duwen elkaar weg en buitelen spelend door de boomtoppen. Ik moet denken aan vroeger, aan de middagen waarop mijn eigen broertje en ik stoeiden totdat we elkaar zat waren. 

Herkenning
Na ruim een uur tussen de chimpansees is het tijd om terug te keren naar de jeeps. Takken kraken onder mijn voeten. Dan wijst Jolly naar een omgevallen boom. Daar ligt een volwassen chimpansee te slapen. Zijn nest bestaat uit dikke takken en bladeren die zorgvuldig in elkaar zijn gevlochten. Het hangt nauwelijks twee meter boven de grond. De chimpansee ligt op zijn rug. Een arm achter zijn hoofd. De andere rust op zijn buik. Af en toe krabt hij achter zijn oor. Dan draait hij zijn gezicht mijn kant op. Zijn lippen staan strak op elkaar gespannen.  Hij kijkt me aan met ogen die dwars door me heen lijken te gaan en draait dan zijn rug naar me toe. Ik proest het uit. Dit zou ik op een zondagmiddag kunnen zijn, wanneer ik absoluut geen zin heb om gestoord te worden.

Als we terugrijden over de rode modderweg waar de dag begon, verschijnt er vanzelf een big smile op mijn gezicht. De chimpansees zijn alweer verdwenen in het regenwoud van Kibale, maar de ontmoeting zal me voor altijd bijblijven.

Wij helpen u graag verder
Velden met een * zijn verplicht